Etosha National Park

Etosha National Park, in het noorden van Namibië, werd door de toenmalige Duitse regering in 1907 tot nationaal park uitgeroepen. Het park is vandaag 350 km breed en 22.750 km² groot. De naam betekent zoveel als 'grote witte plaats', verwijzend naar de grote zoutpan binnen het park.

In 1907 was het park 93.240 km² groot, waarmee het tot het grootste wildpark ter wereld kon doorgaan. Om allerlei politieke redenen werd het park de daaropvolgende jaren echter voortdurend ingekrompen tot het in 1975 zijn uiteindelijke grootte bereikte. Het droogseizoen (zowat het hele jaar) noopt alle dieren tot samentroepen aan de 30 bronnen en waterholes. Dit is natuurlijk ideaal voor safari’s. In het regenseizoen moet u vooral in de centrale pan zijn (Etosha werd vroeger immers bedekt door een ondertussen uitgedroogd zoutmeer) en in Fisher’s Pan. 

Het centrum van het park is de Etosha Pan, een 5.000 km² grote depressie. Zo’n zoutwoestijn is eigenlijk een ongewone habitat voor wild, wat Etosha meteen ook een speciale plaats geeft in de reeks van natuurreservaten in Afrika. Soms, vooral wanneer het warm en vochtig is  en de pan als een bakplaat fungeert, ziet u er tal van fata morgana’s. De dieren lijken dan te zweven boven de enorme zoutpan. Vooral de flamingo's verkiezen de pan om uit te rusten.

Het park herbergt 114 diersoorten, waaronder bedreigde diersoorten als de zwarte neushoorn en de zwarte impala. De olifanten van Etosha zijn de grootste van Afrika ; sommige hebben een schofthoogte van wel 4 meter!

  • De ideale periode om Etosha National Park te bezoeken:
    • maart
    • april
    • oktober
    • november