Reisverslag

Laos, puur en authentiek Azië

Bezocht door: Patrick

Na Viëtnam is het tijd voor het tweede land op mijn Indochina-reis: ik ga verder naar Laos, Viëtnams westelijke buur. Over Laos is bij ons weinig of niets geweten en, tout court, kan het land nog maar op weinig toeristische bijval rekenen. Al heeft het alle troeven in huis om zijn bezoekers te verleiden. Voor wie van een authentieke, pure ervaring houdt; rust verkiest en nog echt dicht bij de lokale bevolking wil komen, moet Laos zeker overwegen. Het is een land waar je snel verliefd op wordt. 

Ik beperk me voor deze reis tot de regio rond Luang Prabang. Laos' culturele hoofdstad, aan de samenvloeiing van de Mekong en de Nam Khan, is volledig UNESCO-erfgoed. De stad is bijzonder: er is de oneindige opeenvolging van tempels en koloniale gebouwen die herinneren aan de Franse overheersing; er is een compleet gebrek aan hoogbouw en de ligging is ronduit schitterend zo tussen groene heuvels en de Mekong ingeklemd. Dat alles maakt dat Luang Prabang een fijne plek is om een aantal dagen ter verpozen. En dat is precies wat ik hier ga doen ... Het geeft me de mogelijkheid de levendige, kleurrijke markt te bezoeken; een tochtje op de Mekong te maken; Mount Phousi te beklimmen om een fantastische vista over de stad te krijgen; ... Of gewoon te genieten van het hoge kwaliteitsniveau van hotels in de stad!
Ik neem mijn intrek in één van die vele tophotels: het Sofitel Luang Prabang, gehuisvest in een voormalige gevangenis. De gebouwen waar het moderne hotel is in ondergebracht, zijn grotendeels origineel; heel veel van de oorspronkelijke materialen zijn bewaard gebleven. Net zoals zoveel gebouwen in de stad kreeg de gevangenis hier een nieuw leven na de koloniale overheersing. Een ander voorbeeld is het Amantaka-hotel, dat zijn onderdak vond in een voormalig Frans ziekenhuis. Beiden zijn twee luxueuze hotels met een ruime spa en een heerlijke keuken in het restaurant.

Wat je in Luang Prabang zeker niet kan en mag missen (al moet je daar wel voor vroeg uit de veren) is de ochtendlijke bedelronde. Bij zonsopgang trekken honderden jonge monniken, gehuld in oranje gewaden, dagelijks blootvoets in lange rijen door de straten van de stad. Zowel toeristen als lokale inwoners nemen dan plaats op de stoep om hen (zonder oogcontact) van eten te voorzien. De 'buit' van de dag is hun eten voor die dag. Dat je als toerist kan deelnemen aan een heel lokaal, niet toeristisch gebeuren dat deel uitmaakt van het dagelijkse leven, is eigenlijk heel bijzonder. Voel je dus (lichtjes) verplicht één keer de wekker vroeg te programmeren, vind ik!

En als je dan toch vroeg op pad bent, dan kan je maar in één trek verder naar de Kuang Si watervallen trekken. Hoe vroeger je hier arriveert, hoe meer je dit prachtige stukje natuur voor je alleen hebt. Ook de nabijgelegen, met Boeddhabeeldjes volgestouwde Pak Ou Caves behoren tot de hoogtepunten van de stad. Je kan beiden, als je dat wenst, zelfs verkennen per longtailboat. Dat is eigenlijk, waar je ook heen vaart, een enorm fijne manier om de stad en zijn omgeving te verkennen. Je glijdt langzaam over de Mekong, langs groen beboste heuvels en lokale dorpjes aan de oever; terwijl je geniet van alle comfort en luxe aan boord. Of u nu een diner aan boord wil, een dagexcursie, een sunset cruise of zelfs overnachten aan boord; ... het kan allemaal!

Om mijn verblijf in Laos af te ronden, trek ik ook nog een paar tientallen kilometers buiten de stad. Van zodra je het handvol hoofdstraten van de stad verlaat, kom je meteen in het rurale, op en top pure Laos. Je kan het per olifant, wadend door de rivier, verkennen; je kan trekken door het bos naar de Tad Se Falls; je kan de boeren gadeslaan en een handje toesteken terwijl die de rijst binnenhalen; ... En steeds is er dat prachtige kader dat mijn vakantiegevoel compleet maakt: heuvels met groen bebost zover je kan zien en de machtige Mekong die zich daartussen een weg baant.